door NICOLAS DE MAEYER | deze recensie verscheen in Hermeneus 98.1
De zesde eeuw na Christus vormt een periode van diepgaande transformatie in het Latijnse Westen, dat zich in de overgangsfase van de antieke naar de vroegmiddeleeuwse wereld bevond. Dit geldt met name voor Italië, dat in de nasleep van de val van het West-Romeinse Rijk (476) een successie van vreemde heersers zag, gaande van de Ostrogoten over de Byzantijnen tot de Langobarden. Ook op religieus vlak was dit een periode van transitie: de Grieks-Romeinse religie en filosofie werden in toenemende mate een relict van het verleden (in 529 sloot de Academie van Plato in Athene definitief de deuren), terwijl het Christendom zich institutioneel steeds meer consolideerde (in datzelfde jaar 529 stichtte Benedictus van Nursia de abdij van Monte Cassino, nog steeds de moederabdij van de Benedictijnerorde). Maar ook de Christelijke religie zelf was in volle transformatie, blijkens de intense theologische debatten tussen verschillende geloofsstrekkingen, vooral tussen de Arianen en de Katholieken.
Weinig Latijnse intellectuelen uit de zesde eeuw belichamen deze geest van overgang en vernieuwing zo treffend als Cassiodorus (ca. 485-ca. 580), wiens oeuvre een brug slaat tussen de klassieke traditie en de christelijke cultuur. Tijdens de eerste helft van zijn carrière was Cassiodorus actief als politicus en hoge ambtenaar aan het Ostrogotische hof in Ravenna. Na de val van het Ostrogotische rijk verbleef hij lange tijd in Constantinopel, waar hij zich op theologische debatten toelegde. Bij zijn terugkeer in Italië trok hij zich terug uit het publieke leven en stichtte op zijn landgoed in Squillace (Calabrië) een monastieke gemeenschap, Vivarium genaamd (naar de visvijvers of vivaria op het domein), waar hij zich tot op hoge leeftijd bezighield met de studie van de artes liberales en de Bijbel. Cassiodorus’ veelzijdige ervaringen – als Romeins ambtenaar onder Gotische heersers, als Latijnse geleerde aan het Byzantijnse hof, en als leider van zijn eigen monastieke gemeenschap – vonden hun neerslag in zijn oeuvre, waarvan het bekendste werk wellicht de Institutiones is, een inleiding tot de studie van de Christelijke cultuur.
Joost Baneke richt zijn aandacht in dit boek echter op twee minder bekende werken van Cassiodorus: enerzijds de Variae epistolae, de omvangrijke correspondentie die Cassiodorus als ambtenaar in dienst van de Ostrogotische koningen voerde en waaruit Baneke een selectie van tien brieven presenteert, en anderzijds het traktaat De anima (Over de ziel), dat Cassiodorus in zijn commentaar op de Psalmen omschrijft als het dertiende boek van de Variae. De Variae (506-537) bieden een unieke kijk op de organisatie van het Ostrogotische hof en illustreren Cassiodorus’ behendigheid in het navigeren tussen verschillende politieke en religieuze milieus. De publieke persona van Cassiodorus die op deze manier uit de door Baneke geselecteerde brieven naar voren komt, wordt mooi gecontrasteerd met het beeld van Cassiodorus als filosoof en intellectueel in De anima. Dit werk vormt eerder een synthese van vroegere filosofische opvattingen over de ziel dan een geheel nieuwe uiteenzetting over dit onderwerp, maar net om die reden was het werk populair in de Middeleeuwen, aangezien het de visie op de ziel van onder meer Augustinus, de stoa en het neoplatonisme op heldere wijze uiteenzet.
Baneke’s vertaling leest vlot en doet volledig recht aan Cassiodorus’ geraffineerde proza. De zorg die de vertaler nam bij het omzetten van de Latijnse tekst blijkt duidelijk uit de begeleidende voetnoten, die geregeld toelichting geven bij complexe termen, moeilijk te vertalen wendingen of passages die verdere duiding behoeven. De omvangrijke inleiding tot het volume biedt een toegankelijk overzicht van Cassiodorus’ leven, werk en culturele context, en slaagt er met name goed in de Variae en De anima binnen Cassiodorus’ bredere oeuvre te duiden. Met Banekes Cassiodorus-vertaling keert de reeks Middeleeuwse Monastieke Teksten terug naar de Laatantieke wortels van de Westerse monastieke cultuur, na eerdere volumes die zich vooral op twaalfde-eeuwse auteurs toelegden. Bovenal slaagt de reeks er zo in Cassiodorus uit de schaduw te halen van twee andere giganten van de 6de-eeuwse Latijnse literatuur, Benedictus van Nursia en Boethius, wier oeuvre al meermaals naar het Nederlands vertaald werd. Hopelijk vormt dit volume een aanzet tot verdere Nederlandse vertalingen van Cassiodorus.
| Specificaties van dit boek | |
|---|---|
| Auteur: | Cassiodorus (vert. Joost Baneke) |
| Titel: | Variaties. Politiek, psychologie en patristiek in de zesde eeuw |
| ISBN: | 978 94 6340 361 0 |
| Uitgever: | DAMON, januari 2025 |
| Uitvoering: | hardcover met stofomslag, 208 pp. |
| Prijs: | € 29,90 |

