door L.J. DEUSS | deze recensie verscheen in Hermeneus 98.1
De klassieke canon wordt ruim vertaald; we beschikken in de Nederlandse taal over talloze vertalingen van de grote klassieke tragediedichters, filosofen en geschiedschrijvers. Daarom mag elke Nederlandse vertaling van een minder bekend geschrift worden toegejuicht. Vorig jaar verschenen al de eerste vertalingen in het Nederlandse taalgebied van het militaire handboek van Aeneas Tacticus (door Henric Jansen) en het anonieme Het leven van Aesopus (door Christian Laes), maar bovendien werd de vertaalde literatuur in het bijzonder verrijkt met een tweetalige editie (Latijn/Nederlands) van het werk van Quintus Curtius Rufus over Alexander de Grote, de eerste Nederlandse vertaling sinds die van Willem Bilderdijk. Over de auteur en de kwaliteiten van dit werk schreef de vertaler, Julius Roos, eerder al een zeer informatief artikel in dit blad (Hermeneus 95.3 (2023), 17-22).
Curtius’ Historiae zijn om een paar redenen bijzonder interessant. Vooreerst vanwege zijn historische waarde: Curtius doorstaat de vergelijking met andere biografen van Alexander de Grote, zoals Arrianus en Plutarchus. Curtius weegt de bronnen waarover hij beschikte zorgvuldig tegen elkaar af. Een concreet voorbeeld hiervan ontleen ik aan Jona Lendering, Mainzer Beobachter, 9 augustus 2025; het betreft het beleg van Gaza, zoals beschreven door Curtius en door Arrianus. ‘Bij beiden: een eerste bestorming en de schouderwond van Alexander door een pijl. Curtius vertelt dat de belegeringsdam diende om het Perzische garnizoen af te leiden van de bouw van een tunnel. Arrianus meldt dat de dam een geplaveid oppervlakte had, zodat de wielen van de belegeringsmachines niet vast kwamen te zitten. Curtiusweidt uit over de finale bestorming, waarbij zowel Alexander als de Perzische commandant Batis gewond raakten. Alexander zei dat hij Batis zou martelen, maar Batis zwichtte niet, waarna Alexander hem aan zijn strijdwagen bond en rond de stad sleepte. Schetste Curtius een te zwart portret van Alexander?’ Juist omdat niet is uit te maken wie precies het gelijk aan zijn zijde heeft, is het waardevol om beide versies te kennen.
Ten tweede: Curtius is de enige van de klassieke biografen (de Alexanderroman buiten beschouwing gelaten) die in het Latijn voor een Romeins publiek schreef. Hij komt tot een wat meer afgewogen beeld van Alexander dan zijn Griekse collega’s, die niet vrij zijn van heldenverering. Burgersdijk plaatst in zijn inleiding Curtius vooral in de traditie van Herodotus. Roos ziet Quintus als een voorloper of bijna-tijdgenoot van Tacitus, en herkent in hem dezelfde kwaliteiten als deze wel tot de canon behorende auteur: streven naar beknoptheid, afrondende sententiae en het gebruik van de redevoering, die, hoewel niet authentiek, de motieven die ten grondslag liggen aan het handelen onderbouwen; ze zijn opgebouwd volgens de beste Romeinse retorische traditie.
Ten derde: Curtius is in het bijzonder interessant voor Nederlandse lezers, omdat hij als voornaamste bron diende voor Couperus’ briljante Alexanderportret in zijn Iskander (1920), nog altijd een van de beste historische romans ooit geschreven. Roos besteedt er de nodige aandacht
aan, maar het is te hopen dat de verschijning van deze nieuwe vertaling stimuleert tot een uitgebreide studie over de relatie tussen Curtius en Couperus.
Uiteraard besteden noch Burgersdijk noch Roos aandacht aan de hindernissen bij het lezen van Curtius. De redevoeringen remmen de handeling en zijn objectiverende stijl zit spanning en emotie in de weg. Dat neemt niet weg dat deze voortreffelijk leesbare nieuwe vertaling een must-read is voor iedere Nederlandse lezer die geïnteresseerd is in de historische Alexander de Grote. Behalve de grote kaarten aan de binnenzijde van voor- en achterplat had ik graag als hulp aan de lezer enige detailkaartjes gezien, bijvoorbeeld van de legeropstellingen in de veldslagen van Issos en Gaugamela. Het is een open vraag in hoeverre de lezer van het Nederlands behoefte heeft aan de Latijnse tekst. Bij poëzie is tweetaligheid vaak zelfs een vereiste maar bij proza ben ik niet meteen overtuigd van de meerwaarde, zeker als er verder niets met de Latijnse tekst wordt gedaan, zoals bijvoorbeeld het aangeven van varianten. Misschien kan er in een later stadium een goedkope, ééntalige goedkope editie verschijnen?
Deze publicatie is het eerste van wat een reeks aan Nederlandse vertalingen van geschiedschrijvingen uit de Oudheid moet worden. Er staan er meer op stapel; ik kijk er alvast naar uit, zeker als ze buiten de canon vallen (vertalingen van Ovidius’ Metamorphoses hebben we voorlopig genoeg).
| Specificaties van dit boek | |
|---|---|
| Auteur: | Quintus Curtius Rufus (vert. Julius Roos; inl. Diederik Burgersdijk) |
| Titel: | Alexander de Grote. Triomf en tragiek van een veldheer (Historiae Alexandri Magni) |
| ISBN: | 9789048567645 |
| Uitgever: | Amsterdam University Press, maart 2025 |
| Uitvoering: | hardcover, 576 pag. |
| Prijs: | € 49,99 |

