door LISETTE VERHOEVEN | deze recensie verscheen in Hermeneus 98.2


‘Gefeliciteerd, dan ben je nu gewoon arts!’ zegt een jongeman met ongetwijfeld de beste bedoelingen tegen mij, nadat hij vernomen heeft dat ik recent ben afgestudeerd. Het duurt dan ook een paar seconden voordat ik, classica, besef wat hier gebeurt. Bedoelt hij misschien Master of Arts? Of zinspeelt hij op de chirurgische vaardigheid die nodig is om Griekse en Latijnse grammatica te ontleden? Helaas, hij heeft mij verward met mijn oudere zus, die Geneeskunde gestudeerd heeft. Wij schijnen veel op elkaar te lijken en het menselijke brein blijkt slechts plek te hebben voor één van de twee, namelijk de eerste en dus de oudste. 

Mijn nauwe familieband is misschien de reden dat ik meteen gegrepen werd door de auteur Plinius de Jongere: (altijd) de ‘jongere’, net als ik, die automatisch geassocieerd wordt met een eerder model. Voor Plinius is dat zijn oom, Plinius de Oudere. Het onderscheid tussen deze twee wordt in het Latijn op een meedogenloze manier gemaakt: aanheffingen als minor (‘kleinere’) en secundus (‘tweede’) benadrukken constant de plek van de neef op de tweede rang. Misschien dat deze gevoelsmatige achterstand een van de redenen is dat Plinius’ briefverzameling, vertaald en ingeleid door Vincent Hunink, ‘een gooi [is] naar niets minder dan eeuwige roem’ (p. 9). Ook al wekt het genre de indruk van privécorrespondentie, wordt het snel duidelijk dat Plinius’ brieven bedoeld zijn voor een breder publiek. Deze inherente dubbele laag betekent dat het werk kritisch gelezen moet worden, aangezien niets is wat het lijkt.  

Hunink verwerkt Plinius’ onderliggende motief om roem te verwerven bewust in zijn vertalingen, die gepubliceerd zijn onder de treffende titel ‘Voor altijd’. Dit maakt het lezen van de brieven interessant en uitdagend, al dan niet een beetje vermoeiend: bij iedere zin wordt de lezer uitgenodigd om zich af te vragen wat Plinius eigenlijk bedoelt en of er nog een extra betekenis aan zijn woorden kan worden toegekend. Waar nodig en mogelijk, licht Hunink dit toe in verwijzingen, die hij bewust niet in de tekst zelf geplaatst heeft. Het kan verleidelijk zijn om deze aantekeningen over te slaan, maar al snel blijken ze fundamenteel voor het lezen van de brieven: naast het identificeren van genoemde personen en het duiden van plaatsen, dienen zij om Plinius’ bedoeling achter schijnbaar onschuldige opmerkingen in kaart te brengen, wat de lezer handvatten biedt om de subtiliteit van zijn schrijfstijl te verkennen. 

Ondanks de complexe en soms langdradige inhoud van Plinius’ brieven, is Huninks vertaalstijl vlot en leesbaar. In plaats van ieder woord letterlijk weer te geven, slaagt Hunink erin om het karakter van zowel de auteur als de brieven te behouden. Dit blijkt onder andere uit de keuze om Plinius’ gebruik van het Grieks, i.e. citaten van Homerus of bepaalde termen, weer te geven in een andere taal (vooral Engels, Rivalry is good brief 3.7) of archaïsch Nederlands (‘Het ene schonk de vader hem, het and’re niet’ brief 1.7). Daarbij geeft Hunink zijn eigen taalgevoel de ruimte door ook het Latijn af en toe anderstalig te vertalen (bijvoorbeeld Duits, unverzüglich brief 8.14). Zoals ook op de achterkant van het boek beschreven is, is iedere brief een ‘klein kunstwerk’ en dient dus met zorg gelezen te worden: niet alleen Plinius heeft nagedacht over iedere lettergreep, maar ook Hunink heeft op zijn beurt het Latijn met zorg vertaald. Misschien niet weggelegd voor de boekenwurm die tempo gewend is, maar wel voor de geduldige en studieuze lezer, die Plinius langzamerhand beter wil leren begrijpen.


Specificaties van dit boek
Auteur: Plinius de Jongere (vert. Vincent Hunink)
Titel: Voor altijd. Een zelfportret in brieven
ISBN: 9789025318284
Uitgever: Athenaeum-Polak & Van Gennep, september 2025
Uitvoering: paperback, 485 pag.
Prijs: € 34,99
Back To Top