door SIMON VAES | deze recensie verscheen in Hermeneus 98.2


Wat is de relatie tussen poëzie en de buitenwereld? Hoe gebruiken we poëzie in onze buitenwereld? Hoe ordent poëzie onze kennis van de wereld? Het zijn de vragen die Piet Gerbrandy de laatste jaren bezighielden. In zijn essaybundel Het woord en de wereld mogen we dat denken mee maken. 

Het woord en de wereld bundelt essays die Gerbrandy eerder publiceerde in onder andere De Gids, Hermeneus en Poëziekrant tussen 2018 en 2024. De essays brengen Gerbrandy’s eigen ontmoetingen met poëzie in kaart. Deze ontmoetingen tonen een enorme verscheidenheid. Gerbrandy gaat van Estor tot Gorter, van Plato tot Postma. Dat doet hij steeds met een duidelijk plan. Methoden zoals de ecokritiek en klassieke retorica en thema’s zoals rituelen en het sublieme vormen de leuningen waartegen de lezer kan steunen.

Gerbrandy’s basis als classicus is steeds merkbaar. Het zit niet alleen in de klassieke en middeleeuwse dichters die hij bespreekt, maar ook aan het poëticale gewicht dat hij aan de traditie hangt. Zo sluit hij zijn essay ‘De paradoxen van het sonnet’ af met de woorden: ‘Maar binnen het staketsel van regels en zinnen ontstaat een ruimte waarin de ziel kan waaien, een ziel die onlosmakelijk en onvermijdelijk verbonden met de ‘vuuratomen’ en ‘verbleekte goden’ van de literaire traditie’ (218). Wie in die traditie wil afdalen, vindt in Gerbrandy de perfecte reisgenoot.

De essays zijn toegankelijk. Gul legt hij uit wat een pentameter inhoudt, herhaalt hij voor de zekerheid hoeveel verzen een sonnet telt, en termen als ‘Poëtica’ gebruikt hij met terughoudendheid. Dat zorgt soms wel voor frustratie, maar Gerbrandy weet met die termen in essays zoals ‘Geen metafoor’ of ‘De “Romeinse elehymnen” van Lucebert’ wel de juiste diepgang te bereiken. Op die manier vervult Gerbrandy een rol als gids die de onervaren poëzielezer evenzeer kan amuseren als de letterkundige. Na elk essay werd ik naar mijn boekenkast gezogen om de besproken bundel zelf te lezen. Literaire kritiek die op zo’n manier kan enthousiasmeren is zeldzaam.

Een belangrijk principe dat Gerbrandy in iedere lezing hanteert is dat de tekst steeds primair staat. Hij citeert gretig, laat de teksten voor zich spreken, biedt verklaringen waar hij die nodig acht. Het is een principe dat al eeuwen meegaat en ook bij de jonge generatie stevig ingelepeld wordt. Het lijkt tijdloos, maar het heeft ook haar grenzen. Niet als literatuurwetenschappelijk principe, maar als filosofisch principe. 

Als je dicht bij één tekst wil blijven, beperkt die tekst ook de mogelijkheden van het denken. Toch stelt Gerbrandy soms vragen die nood hebben aan meer vrijheid. Zoals aan het einde van ‘Waar komt het offer vandaan?’, een korte antropologische studie van het religieuze offer en haar connectie met Euripides’ invulling van Iphigenia, stelt Gerbrandy: ‘Om te bestaan hebben we licht nodig, en iemand die ons droom. Hoe stellen we de dromer schadeloos?’ (157). Het is een geweldige vraag, maar ze komt op het verkeerde moment. Waarom nu pas? Ik wil weten welke dichters en denkers hij nog zou aanhalen om deze vraag op te lossen. Waar kan Gerbrandy de filosoof naar toe als hij Gerbrandy de classicus even loslaat?


Specificaties van dit boek
Auteur: Piet Gerbrandy
Titel: Het woord en de wereld. Duidingen van een dichter
ISBN: 9789025477295
Uitgever: Atlas Contact, september 2025
Uitvoering: paperback, 316 pag.
Prijs: € 24,99
Back To Top