BRAM VAN DER VELDEN | In de vierde eeuw n. Chr. waagt een zekere Proba zich aan een kunststuk. Ze vat het Oude en Nieuwe Testament samen in een gedicht van zo’n 700 verzen, en wel in de vorm van een cento, waarbij korte citaten uit eerdere dichtwerken (in dit geval overwegend die van Vergilius) opgeknipt worden en in een nieuwe volgorde gelegd. Het resultaat is, afhankelijk van je smaak, een ‘knutselwerkje’, of een subliem bewijs van de stelling dat elke tekst uiteindelijk alleen maar verwijst naar andere tekst. 

Proba’s werk werd in de Middeleeuwen veel gelezen maar is tegenwoordig weinig bekend. Een deel van het plezier bij het lezen van een cento is de herkenning van de originele context van de citaten, maar voor moderne lezers is dat niet meer weggelegd. Proba’s tekst behoort nu tot de (rand van de) jachtgronden van academische classici.

Het is daarom interessant dat er in Damons Monobiblos-serie, met daarin tot nog toe vertalingen van  ‘toegankelijker’ antieke poëzie, een vertaling van het werk van Proba verschenen is, van de hand van Mieke de Vos. Het is naar mijn weten de eerste Proba-vertaling in het Nederlands.

Naast de vertaling zelf krijgt de lezer een inleiding, aantekeningen, en een namen- en begrippenlijst. Voor alle drie noopt het format tot beknoptheid. In de inleiding wordt bijvoorbeeld niet op de wetenschappelijke discussie over de identiteit van de auteur ingegaan, en dat is te begrijpen. Het concept ‘cento’ wordt in die inleiding goed uitgelegd; het was wellicht wel nog de moeite geweest om het genre ‘bijbelepiek’ (met bijvoorbeeld Juvencus als exponent) te noemen als belangrijke literaire invloed.

In de aantekeningen worden de belangrijkste literaire correspondenties genoemd: bij elke scène wordt bijvoorbeeld gezegd in welke Vergilius-passages Proba haar belangrijkste bouwstenen vond. Belangrijke afwijkingen van de canonieke versies van de Bijbelverhalen worden ook genoemd. Het was hierbij interessant geweest om ook wat ‘duiding’ te krijgen. Wat zegt het bijvoorbeeld dat Jezus bij Proba (verzen 616ff.) niet aan het kruis genageld maar aan een boom gespijkerd wordt? Dat het in deze tijd mogelijk is af te wijken om de christelijke ‘canon’ als een auteur dat beter lijkt? Of dat het genre van de cento ook bepaalde ‘dwang’ oplegt ten opzichte van de inhoud: misschien zijn sommige voorstellingen wel gewoon onmogelijk binnen de beperking dat een auteur alleen gebruik mag maken van Vergilius-citaten?

Het is niet makkelijk om een werk als dit te vertalen: er moet namelijk recht gedaan worden aan zowel de oorspronkelijke Vergilius-citaten als de nieuwe context van Proba’s werk. Daarnaast moet duidelijk worden dat Proba poëzie schrijft, waarbij er voor deze vertaling gekozen wordt voor (soms wat vrije) zesvoetige jamben. 

De vertaling is over het algemeen goed gelukt: de taal is helder en het verhaal is goed te volgen. Dat komt ook door het ruimhartige gebruik van tussenkopjes. Proba gebruikt in haar tekst geen aanduidingen van de ‘hoofdpersonen’: omdat ‘Eva’, ‘Adam’, ‘Jezus’, etc. niet in de Vergiliaanse hypertekst staan, moet men het doen met omschrijvingen als  ‘de onzalige vrouw’, ‘de man’, ‘de Zoon’, enzovoorts. Door deze namen wel in de tussenkopjes op te nemen, wordt de lezer veel verwarring bespaard. Daarnaast worden door de tussenkopjes de ‘interventies’ van de verteller in  het verhaal helder gemarkeerd.

Soms bemerkt men een lichte inconsequentie in de mate waarin er ‘interpreterend’ vertaald is. His demum exactis (vers 682, bij Vergilius niet veel meer dan ‘en toen’) wordt met ‘het was volbracht’ naar de tale Kanaäns omgezet (zo ook voor ‘in den beginne’ voor principio in vers 56). Omgekeerd wordt proceres (vers 589) in Vergiliaanse zin vertaald als ‘edelen’, terwijl dit minder bij de Bijbelse context past: Proba gebruikt het woord voor de discipelen.

De gouden bron is een goede vertaling van een onderbelicht gedicht. Ik ben benieuwd wat de volgende tekst in de Monobiblos-reeks zal worden.

Bram van der Velden is universitair docent Latijn aan de Rijksuniversiteit Groningen. Deze recensie verscheen ook op papier in Hermeneus 97.4.

Auteur: Proba (vert. en inl. Mieke de Vos)
Titel: De gouden bron. De bijbel in verzen van Vergilius
ISBN:
9789463403702
Uitgever:
DAMON, mei 2025
Uitvoering: paperback, 88 pag.
Prijs: € 16,90
Back To Top